Pieter Konijn

Dit patroon is vertaald uit het engels door Henny uit Canada

Ik heb dit patroon ook een keer zelf gebreid.
Ik heb hem in 1 kleur gebreid en er daarna een jasje bij gemaakt.

pietkonijn

Patroon voor het jasje:

Gebreid op nld. 4 met katoen.
Stekenverhouding: 20 st. en 27 nld. = 10 x 10 cm.
Looplengte garen: 108 mtr.

We breien het vestje aan 1 stuk: we beginnen onderaan het rugpand en breien door tot aan de onderkant van het voorpand.

Uitvoering:

Zet 24 st. op en brei 3 nld. ribbelsteek. Brei 12 nld. tricotsteek (totale lengte = 5 cm). Zet aan weerszijden 6 st. extra op (dit zijn de mouwen). Brei 12 nld tricotsteek over deze 36 steken. Kant nu de middelste 10 steken af en brei elk deel apart verder. Brei nog 4 nld. tricotsteek en zet dan aan de halskant 4 st. erbij op (17 st totaal op de naald). Brei dan nog 8 nld. tricotsteek en kant dan de 6 steken van de mouw aan de zijkant weer af. Brei over de resterende 11 st. nog 12 nld. tricotst. en 3 nld. ribbelst. Kant dan alle steken af.
Brei het tweede deel in spiegeldbeeld.

Afwerking:
Vouw het werk in de lengte dubbel, het gat in het midden is de hals, sluit de mouwnaadjes en de zijnaden. Haak twee koordjes en haal deze bij wijze van vetersluiting door de beide voorpandjes.

Pieter Konijn.

Hij is ongeveer 30 cm lang.
Materiaal: 4 kleuren wol, 2 breinaalden 3 mm en zachte vulling en een stopnaald.

Voet en beentje:

(maak er twee)
Zet op 12 steken en brei 1 naald r. met voeten kleur
Meerder in elke steek 1 steek tot het einde (24 st)
Brei 9 naalden in tricot steek.
Verander voor been/broek kleur.
Brei 1 naald recht.
19 naalden in tricot steek en breek de draad af.
Brei het tweede beentje en breek de draad aan het einde niet af.

Lijfje:

Werk over beide beentjes (48 st) voor 16 naalden in tricot steek.
Verander kleur voor truitje.
18 naalden in tricot steek.
nld. 19: 10 r., vier keer 2 ssb ( steken samenbreien), 12 r., vier keer 2ssb, 10 r. =(40 st)
nld.20: averecht.
nld.21: 8 r., vier keer 2ssb, 8 r., vier keer 2ssb, 8 r. =(32 St)
nld. 22: verander de kleur voor het hoofdje.

Nek en hoofd:

nld. 1: 7 r., meerder in 2 st., 14 r., meerder in 2 st., 7 r. (=36 st)
nld. 2: 8 av., meerder in 2 st., 16 av., meeder in 2 st., 8 av. (=40 st)
nld. 3: 9r., meerder in 2 st., 18 r., meerder in 2 st., 9r. (=44 st)
nld. 4: en elke even nld tot nld 26 brei averecht.
nld 5: 10 r., meerder in 2 st., 20 r, meerder in 2 st., 10 r (=48 st)
nld 7: 11 r., meerder in 2 st., 22 r., meerder in 2 st., 1 1 r. (=52 st)
nld 9: 12 r., meerder in 2 st., 24 r., meerder in 2 st., 12 r (=56 st)
bei 7 naalden in tricotsteek en merk in het midden van de 7de naald.
nld 17: 12 r., twee keer 2 ssb , 24 r, twee keer 2 ssb., 12 r (=52 st)
nld 19: 11 r., twee keer 2 ssb., 22 r., twee keer 2 ssb., 11 r. (=48 st)
nld.21: 10 r., twee keer 2 ssb., 20r., twee keer2 ssb., 10r. (=44 st)
nld.23: 9 r., twee keer 2 ssb., 18 r., twee keer 2 ssb., 9 r., (=40 st)
nld.25: 8r., twee keer 2 ssb., 16 r., twee keer 2 ssb., 8 r.,('=36 st)
nld.27: 7r., twee keer 2 ssb., 14 r., twee keer 2 ssb., 7 r., (=32 st)
nld.28: 6 av., twee keer 2 ssb av., 12 av., twee keer 2 ssb av., 6 av. (=28st)
nld.29: 5 r., twee keer 2 ssb., 10 r., twee keer 2 ssb., 5 r., (=24 st)
plaats gekleurd draadje op de mindering van de vorige naald voor de oren.
nld.30: 4 av., twee keer 2 ssb av., 8 r., twee keer 2 ssb av., 4 av.(=20 st)
nld. 31: brei recht en afkanten.

Met de goede kant aan de buitenkant, de zoom van het hoofdje tot het broekje dichtnaaien. Daarna de beentjes dichtnaaien. Daarna de vulling in de beentjes doen, dan het hoofdje en het lijfje zacht opstoppen met vulling en het broekje dichtnaaien. Met een rijgsteek rond het nekje gaan en strak samen trekken, en knoop het stijf vast. De einden van de draden wegstoppen.

Armen (maak er 2)

12 steken op zetten met voeten en hoofdkleurtje en 1 naald breien.
Meerder 1 st in elke steek (=24 St)
7 naalden in tricot steek.
Verander naar mouw kleur en brei 12 naalden in tricot steek.
Minder aan elke kant van elke naald tot er 12 st,. over zijn.
Volgende naald 2 ssb tot het einde van de naald (=6 st) en afkanten.
Naai de armpjes halverwege dicht en vul het licht op. Naai ze 2 naalden onder de nek op de schouder mindering.

Oren (maak er twee)

10 steken op zetten en 1 naald averecht breien.
Meerder in elke steek tot het einde van de naald (=20 st)
Daarna 23 naalden in tricot steek.
nld 24: 3 r, twee keer 2 ssb, 6 r., twee keer 2 ssb, 3 r.
nld.25: 1 naald averecht.
nld 26: 2 r., twee keer 2 ssb, 4 r., twee keer 2 ssb., 2 r.,
nld.27: 1 naald averecht.
nld.28: 2 ssb tot het einde van de naald (=6st) en daarna strak dichttrekken.
Vouw het oor en naai dicht. Naai het op het hoofdje goed en sterk, zodat een klein kind ze er niet af kan trekken.Met een rood kleur potlood kun je de binnenkant van het oor een beetje roze maken.

Staartje.

14 st. opzetten en 1 naald recht breien.
Meerder in elke steek tot het einde van de naald (=28 st)
11 naalden in tricot steek breien.
volgende naald 2 ssb tot het einde van de naald (=14 st)
note: de verkeerde kant van de tricot steek is deze keer de goeie kant.
klein beetje vulling en sluit het staartje en naai het in het midden net boven de beentjes.

Gezichtje.

De bovenkant van de oogjes zijn op dezelfde lijn als de gekleurde merkdraad in het midden van het gezicht op de 16de naald.
Ogen: 2 naalden diep en 6 steken van elkaar vandaan ( 3 St aan beide kanten van de merk draad)
Neus: 1 naald onder de ogen en 2 st. wijd, 3 naalden diep, naai over met zwarte wol.
Lippen en mond: maak 2 kleine steken onder het neusje en naai aan het eind een V voor het mondje.
Snorharen: met zwart borduurgaren naai 3 snorharen aan beide kanten van het gezichtje. Begin met 1 steek vanuit het lage hoekje van het neusje en schuin uit voor 3 st. een voor 4 st. en een voor 3 st.

Veel plezier aan iedereen.

Groeten van Henny uit Canada